Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jló maart. ZAAKEN VAN 1787.

hetzelve Hof geene blyken van fchuld ten laste van iemand, en dus ook niet ten laste van den Vaandrig van der Hoop, wa^en voorgekomen ; als mede dat op fundament van het zelve 'sHofs Declaratoir, van wegen de familie van meergemelde Vaandrig ten fterkïten by den Generaal Major van Kretschmar op het ontflag uit den Provoost was geinftead geworden ; waarom wy ook tot eene langduriger detenfie van den meergenoemde Vaandrig uit den gemelde hoofde niet konden of mogten befiuiten; te minder, da*.r Uw Edele Mogende op het verzoek van den Generaal Major van Kretschmar geene ftellige Ordres dienaangaande hadden gegeeven , maar zo wel de wyze van bewaaring van den Vaandrig, ais de verdere behandeling der zaak , geheel en al voor rekening van dien Generaal-Major, of van ons hadden gelieven te laten.

En wat verder betreft, Edels Mog Heeren! de Militaire dehcten, door den Vaandrig ' van der Hoop begaan , zo hebben wy begreepen, den Vaandrig van der Hoop ook op dat fundament niet langer in detentie te kunnen houden, om dat ons geene Wetten bekend waren, waar by eenige bepaalde draf op die begaane Militaire deliélen was geheld, en die ftraf derhalven geheel en al van onze arbitrage dependeerde; waarom wy dan ook volkomen gerechtigd waren om te oordeel», zoals wy geoordeeld hebben , dat die Militaire delicten nooit zwaarer zouden kunnen worden ge' ftraft, dan met casfatie, met inhabiliteit, of mogelyk op het ftrengfte met casfatie met in fa mie ; tot het infligertn van hoedanige ftraf de Perfoon van den Gecondemneerden geenzins wierd vereischt; en by gevolg ook niet zyne langer detentie; welke bovendien geheel onnodig was geworden, ten einde zyne confeslie te bekomen, alzo hy, met rela-

Sluiten