Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maart. STAAT EN OORLOG*. 1787.337;

00 huiden den 24 Maarc 1787, compareerden VGormy Cornelis van Oostveen, Notaris Publicq, by den Edele üove vau Holland geadmitteerd, binnen de Stad Alkmaar redderende , prsefent de nagenoemde Getuigen.

De Wel Edele Heer Nicolaas Botbergen , Med.. Doétor, en deszelfs Huisvrouw Mejufvrouw Adelhydies Nklen, wonende te Hoorn, doch om de navolgende omftandigheden zich binnen deeze Stad onthoudende, competent van Ouderdom om der waarheid getuigenis te kunnen geven, dewelke ten diende der geene die hier van gtbruik zouden willen maken, verklaarden hoede zuivere waaiheid is.

En wel eerlteiyk hy depofant dat hy op den 13 Maart 1787 by het Huis van den Heer Burgemeester van Foreest llaande, aldaar heeft gezien aat'er glazen waren ingeflagen, waar by eenige Vrouwlieden , en de jonge van Nicolaas Syppel, benevens de Dienaar der Ju« ftitie Jacobus Schaap (tonden , turende een dier Vrouwlui zeggeni daar komen noch al wat nieuwsgierige Lieden, waarop door hem geantwoord is , God betert nieuwsgierige Lieden, het is Vee die zo iets aan een Burger Huis doen , en vooral aan het Huis van zo een braaf Man en Burger-Vader, waarop een uit die Vrouwen (welke volgens nadere informatie is geweest de Vrouw van eenen Willeni Doffer) het woord opnam, en zeide: Vee, dat is -wat veel gezegt, wanneer de Dienaar aiitwoorde, zyn het dan by u brave Lieden die zulks doen, waarop hy zyn gezegde herhalende zyn weg vervolgd heeft.

Dat zy Depofante op den zelfde morgen heeft moeten ondervinden , dat voor haar hais verfeneidene Vrouwlieden tyn gekomen , zeggende : hier woond die Botnergen, zoude zoo een kaerel pralen van vee, die zyn glazeit zullen ook rinkelen. Dat zy tweede Getuigen mede op dien P 2 mof-

Sluiten