Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228 maart. ZAAKEN VAN i?8?W

morgen gehoord heeft dat de Boendermaker van Exter, wonende op 't Noord, naast de Veth, tegens Ar noldus Moorman zeide: Zoo moe; het maar gaan, het moet nu maar door. gezet worden; fprekende van glazen inwerpen, de vorige avond gepasfeert.

Dat beide de Depofanten op den 15 Maart hebben gezien , dat een ontelbare menigte volks, vercierd met Orange, op het fterkde hebben gefchreeuwd: Orange boven, Orange, Orange, Vivat de Prins, en dergelyken , onder het zwaaijeu met hunne hoeden.

Dat hy eerlte Depafant op die tyd heeft gezien , wanneer het Rytuig van de Heer van Oosthuizen voorby kwam, zynde de knegts met hunne volle Levery uitgedoscht, dat die Heer met genoegen en vriendelyk gelaat die oproerige menigte groete, het welk door de oproerigen ook op dezelfde wyze wierd be« antwoord.

Dat de eerde Depofant een weinig daar na van den Uitdrager Way heeft horen zeggen tegens eenige gemeene Vrouwen, nu die Botbergen moet 'er ook maar van kant.

Dat hy Depofant dit alles bemerkende, en niet buiten reden voor zyn leven beducht zynde, zig genoodzaakt heeft gevonden zyn Stad te verlaten en zig naar Alkmaar te begeven.

Dat de tweede getuige des namiddags heeft moeten ondervinden , dat 'er weeder een groote meenigre oproerige voor haar huis vergadert waaren , vercierd met Orange , eenige Vlaggen by zig hebbende, onder welke hoop zich bevandAndries Sommeester, zwaaijende met een Vlag, zettede een flt-s aan de Mond, als meede /indries Killoet Mignot een Blaauwverwer en Jan van der Kolk de Oproerkreet uirbazuinende.

Dat de Knegts van de Heer van Oosthuyzen zich daar ook by hebben bevonden met ge«

noé-

\ "

Sluiten