Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a6o maart» ZAAKEN VAN

1787.

feeren aan den Keer Prasfident-Burgemeester Mr. J. C van de Blocquery, als door deEd. Groot Mog Heeren Staten van Holland en West-Vriesland aangefteld tot Hoofd-Officier dezer Stad, en aan zyn Wel ILdele Geftr. hebben verzocht om behoorlyke fatisfiQie, dan dat gem. Heer Hoofd-Officier, io plaats van hun Getuigen zulks te verfchaffen, hun Getuigen op een allerbrutaalfte wyze heeft bejegend over het dragen hunner Cocardens, en wel in zoo verre, dat zy Getuigen zeer - ongetroost van daar hebben moeten vertrekken; hebbende nog tot hun leedwezen moeten ondervinden, dat het gemeen gepeupel by het in en uitgaan van het huis van den Hoofd-Officier', met het roepen van hoezêe , zeiden , dat kan ons niets doen.

Dat zy Getuigen vervolgens des avonds tusfehen half zeven en zeven uuren zyn gekomen op het Noord, by de Noorder Kerk alhier, ten ein A^te gaan na de Vice Prsödem-Burgemeester en den Pnelident-Schepen, ten einde hunne klachten , wegens het hun hier vorengemelde geval , by gem. Heeren in te brengen, als kunnende by den HoofdOfficier daar omtrent geen verhoor krygen, hun als toen zyn ontmoet vyf a zes mansperfonen, waar van één hun Getuigen door zyn flecht gedrag en character bekend, genaamd Andnes Galet, welke tegen hem tweede Getuige zeide, nu is evenwel de Cocarde van de hoed af, prsfenterende hem Getuige wat flagen te geien, het geen hy Getuigen echter is ontkomen, dog zynde zy Getuigen hierdoor verhinderd geworden om by gezegde Vice Praïtident-Burgemeester en Praeiidentöcnepen te gaan.

i )an verklaart hy eerfte getuige Jdn Meyer nog, dat hy op den 12 Maart 707 des midddgs om half drie'uuren is komen gaan langs het zogenaamde Weytje voor by de Baan-

ftraat,

Sluiten