Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

april. STAAT EN OORLOG. 1787. 385

den 3 July 1672 (en dus vóór het Bridfche Octroy) reeds herroepen zoude zyn - want dit is een vulgaire dwaling, waar van het te* gendeel confteert uit de woorden dier Refolutie, welke niets anders behelst, dan ,, dat ,, de Leden der Staten Vergadering malkande„ ren ende allen die 't zelve Ediét fuccesfi,, velyk hadden bezwooren, dispenfeet den van den Eed by henluiden daar op gedaan: ftel„ lende malkan deren in dezeifde vryheid en „ de faculteit, NB. die haar tot het aanfteüen ,, en e/igee<en van een Stadhouder voor dato „ van het voorfz. eeuwig Edict heeft ge„ competeerd."

Dat Ediót is dus eigenlyk en in waarheid nooit vernietigd, maar alleen de Eed door de Regenten daar op afgelegd tot het niet aanftellen van een Stadhouder. — En vervolgends is door de aanftelling van Prins Willem den lil., die reeds Capitein en Admiraal-Generaal was, met der daad afgegaan van de drie laatfte, maar niet van de twee eerfte Articulen van dat Edict, welke op zich zeiven ftaan en zonder expresielyk gerevoceerd te worden , niet kunnen ophouden verbindende te zyn.

Maar die revocatie, is door U Edele Groot Mog. nooit gedaan , en het zy met eerbied gezegt, was niet in derzelver vermogen. ,, Privilegia tollere , fchryft te recht de Praï-

üècnt Bynckershotk, Q. jur. Publ. 1, 2 c. tf. „ uti in Comitum poteftate non fuit,fic nee „ eft in poteftate ordinum. Et jus generale, „ quod ordinibus poftea placuit, anteriora ur,, biumprevilegianon abrogare, et ratio docet, „ et justinianus conftituit %. 4. Conftir. II. „• de confirm. Cod."

Het mogt dan aan U Edele Groot Mog. behagen ho. 1672 en 1747 weder een Stadhouder aanteftellen, en denzelven zulk een generalen last of macht te geven, als U Ed.

X 3 Gr.

Sluiten