Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

april. STAAT EN OORlOGi 1787. 327

„ nakomelingen, ten eeuwigen dage gehou,, den wilde hebben, indien de Regeringen ,, dezer Steden geacht moesten worden door „ het Confent in die gedagte Ordonnantie „ haare Privilegiën te hebben overgegeven."

Omtrent het gebeurde, geduurende de minderjarigheid van den tegenswoordigen Heere Erfftadhouder, zullen wy het breedvoerig verhaal van onze Mede-Raden zeer kort kunnen beantwoorden.

U fidele Groot Mog. fungeerden toen als Voogden over dien Prins, en dieshalven moet men alle derzelver verrigtingen en Refolutien, welke daar toe betreklyk zyn, niet befchouwen als geëmaneerd van den Souverain ■ 1 maar als daden of gevoelens van den Stadhouder zeiven, wiens perfoon U Edele Groot Mog. in dat opzicht repradenteerden.

En wat de. begrippen der Rotterdamfche Vroedfchap van dien tyd betreft, zal het 'er weinig toe doen, wat dezelve Ao. 1752 of 1759 eigenlyk gefuftineerd heeft — dewyl het Recht onzer Stad en Burgery, 't welk wy thans reclameeren, van het gedrag van ons Collegie, geduurende dat tydperk, even min kan afhangen als van de vroegere en latere abuifen welke Ao. 1672—-1703, 1747—51, en 1766—1785 hebben plaats gehad.

Wy meenen echter dat onze Mede-Raaden zeer ongelukkig gedaagd zyn in het wederleggen van 't geen Mr. P. Gevers by deszelfs Memorie in de Notulen van U Edele Groot Mog. 1 December 1785 geinfereerd, had geallegueerd, om te doen zien , dat in den voorfz. Jaare 1755, dat is, direct na het affterven van Prins Willem den W. de Vroedfchap onzer Stad reeds getoond heeft van fentimem te zyn, dat de hlecben, door haar aan dien Vorst voor zyn Perioon overgelaten zynde, zulks met deszelfs dood cesfeerde , tn geenziiis als een eigendommelyk Recht, of % 4 een

Sluiten