Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

april. STAAT EN OORLOG. 1787. 333

gerefideerd heeft in den boezem van de Stadhouders , snaar van de Graven , en door die zelfs nooit geconcedee'd is geworden aan de Stadhouders alleen , noch ook in derzelver Politycque Qualiteit, maar eerst aan de Bailliuwen en naderhand aan de Stadhouders , als hoofden van , en gevoegd met den Raadt van Holland, nu gen-imd het Provinciaale Hof van Juftitie. ■ Dat voorts, indien

Prins Willem den I. dat Recht heeft geëxerceerd , alleen en zonder concurrentie van 't Hof, hy zulks niet gedaan heeft uit kragte van zyn oude Qualiteit als Stadhouder van den Koning Philips , maar uit kragte van 'c geen hy zich zeiven had toegevoegd, by het voorfz. Oélroi van 13 Febr. 1580, 't Welk men weet, dat fchoon op naam van dien Koning, eigenlyk afkomftig is van welgem. Prins Willem, a's toen door U Edele Groot Mog. voorzaatej bekleed zynde met de Hooge Overheid van den Lande, en dus de Sou. verainiteit , wel niet in naam , maar in der daad in handen hebbende , waar van hy by dat Octroy zich bediend heeft, om het Stadhouders-Ambt te favorifeeren, in nadeel van den Rade Provinciaal , 't welk te vooren een Concurrent Recht met den Stadhouder, tot het Kiezen der Magiftraats-Perfoonen of Regters géhad hebbende, toen aan denzelven wierd gepostponeerd en alleen in des Stadhouders abfentie die keuze doen zoude.

De voorfz. opgaaf van den inhoud der eerfte Graaflyke Chartres kan ook dienen om in een beter licht te ftellen ï^'t geen in het Bericht van Zyn Hoogheid bladz. 3 onder aan, verhaald word , van de deliberatien onzer Vroedfchap Ao. 1614, om ook te be. komen het recht van abfolute electie der Burgemeesteren &c. namelyk , dat onze Voorzaaten daar toe eenigen grond meenden te vinden, om dat die keuze van ouds wae

ge.

Sluiten