Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

april. STAAT EN OORLOG. 1787. 34$

beantwoorden, is de Propofitie door Zyn Hoogheid bladz. 19 van deszelfs Bericht gedaan, ten einde, in cas by ü Edele Groot Mog. eenige difficulteit of bedenking, tegen hec afwyzen van ons verzoek , mogt over. blyven, de decifie dier quaefte zoude werden gerenvoyeerd aan de Ordinaris Juftitie — refererende Zyn Hoogheid daar omtrent zich tot deszelfs Misfive tegen de Alkmaarfche Vroedfchap van dato 14 September 1785, waar by ten exempel word ingeroepen ü Edele Groot Mog. Refoiutie van 25 Oftober 1759 concernerende het eügeren van Schepenen Crimineel der beide Loosdrechtên.

Wy menen, Edele Groot Mog. Heerenj dat zulks op ons geval niet applicabel is, noch van- ons gevergd kan worden, om de volgende redenen;

ï. Wy reclameren niet, gelyk de Ambachts-Heer van de Loosdrechten, een patrimonieel Recht, noch iets, waar in wy eenig perfoneel eigen belang hebben, maar alleen in onze qualiteit van Mede-Vroedfchappen van Rotterdam, het Reent ooor onze Voorzaten voor onze Stad of Burgery van üÈd. Groot Mog. verkregen*

a. Wy hebben , zoo wy vertrouwen , U fcviele Groot Mog. niet tot onze Panhyen, en begrypeu ons volkomen van onzen plicht geacquiteerd te hebben , aiet onze fustenue aan het oordeel en goedvinden van ü Edele Gr. Mog; te fub mi t teren.

3. Wy zouden ook met eene Judicieele Sententie tegen den Heere Erfftadhouder weinig geholpen zyn , aan ^ Y 5 wel.

Sluiten