Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mey. STAAT EN OORLOG. 1787. 87

XCIII. Misfive van Burgemeesteren en Vroedfchap der Stad Utrecht, aan de , Staaten van Holland, tot aan¬

drang eener billyke Mediatie. In dato 3 Mey 1787.

edele groot mogende heeren!

Het is niet aan ü Edele Groot Mog. voor Wien Wyzoo dikwerf Onze denkwyze hebben opengelegt , dat Wy by een breedvoerig betoog Onze ware geneigdheid tot het fpoedig zien eDtameren eener billyke Mediatie zullen behoeven te bewyzen: de Deferencer met welke Wy de raadgevingen van Hoogstdezeive, vervat by de exhortatoire Misfive van den 13 December 1786, hebben ontfangen, en het empresfement met welke Wy dien beandwoorden, zullen daar van tot getuigen kunnen verftrekken; ook is geenzins Ons oogmerk door het doleren over het door Onze tegenparty dagelyks gepleegd wordend geweld, noch door het op nieuw rescon. treren van alle de valfche pofitien en hatelyke infi» mulatien, in zoo vele Misfives der van Ons disfen. tiërende Staats-Leden voorkomende, de ferieufe deliberatien van U Edele Groot Mog. te interrumperen. Dan, Edele Groot Mog. Heeren, eene zaak voor Onze Stad en Burgery van het grootfte aanbelang, is de wyze waarop eene zoo zeer gewenschte Mediatie zoude kunnen worden geëntameert, daar men veel al ziet dat van de eerfte inrichting het al of niet fuccederen der aangelegendfte zaken afhangt. Wy twyfFelen geenfinds of ü Edele Groot Mog., ja zelfs alle de Leden van Hoogstderzelver Vergadering, van welkers billyke denkwyze Wy fteeds zulke openlyké preuves ontfangen hebben , zullen noch aan Óns noch aan Onze goede Burgery ten kwaden duiden, dat Wy Onze bekommering diesaangaande met die rondborstigheid voordragen , waartoe de rechtvaardigheid Onzer zaak, en Onze F 4 Eed

Sluiten