Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m mey, ZAAKEN VAN 1787.

den Raad prefent waren, oordeelden zulks niet te moeten doen.

Voor eerst, om dat de wettig by een ge. roepene en gehoudene Vroedfchaps-Vergaderinv reeds gefcheiden , Burgemeesteren in hunne Kamer, en diverfe Leden mede uitgegaan zynde, derhalven geen andere of nieuwe Vergadering, Czoqder voorafgaande Overleg en Convocatie door Heeren Burgemees. teren,) gehouden konde werden.

Ten anderen, om dat het Adres op eene zo ongeregelde als onbetamelyke en illegale wyze ter kennisfe van den Raad was ge• bracht.

En wel voornamentlyk in de derde plaatfe , om dat zy uit de ontmoeting van zommige hunner, dewelke wel onverhinderd de deur der Juftitiekamer, door welke men uit de Raadkamer in de Zaal gaat, tusfchen twee aldaar posthoudende Burgers, onder het prefenteren van hun Geweer, waren uitgegaan, maar op de Zaal by de grote trap waren te. gengehouden , en genoodzaakt terug te keren naar de Raadkamer, moesten beiluiten , dat deze Vergadering volftrekt gedwongen was , pn de deliberatien dus geheel onvry zouden wezen , gelyk de Officieren der gewapende Burgery, op het Stadhuis prefent, en aldaar op expresfe last van Heeren Burgemeesteren, en fchriftelyke order van Collonellen , met hun onderhebbende Compagnien gekomen, ten einde aan de Vroedfchap, de nodige vrybeid van deliberatien en van gaan en komeu te bezorgen , niet hadden belet, of kunnen beletten, dat de voorn. Leden van den Raad in hunne pretentie, of onder hun oog wierden tegengehouden.

Doch deze bygebrachte redenen vonden geen ingang , men refolveerde by meerderheid, het Adres te lezen, en daar na Heeren Burgemeesteren te verzoeken, aan de behan-

Sluiten