Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 verhandeling e over de

heid, de loosheid, de boosheid, de dapperheid, de edelmoedigheid, de Standvastigheid, de lydzaamheid, met een woord, alle de driften en onderfcheidene hoedanigheden, gronden, bedoelingen, ongeregeldheden en bekwaamheden van het menfchlyk hart, duidelyker kennen, dan uit alle de zamenfiellen der Zedenleer en Staatkunde te zaamen. Men leert 'er uit, hoe verderfelyk de heerschzucht, hoogmoed en wreedheid, voor het menfchelyk geflacht, voor millioenen onnoozele Soldaaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen, ten allen tyde, geweest zyn; en dat op eene wyze, die, in kracht, alle wysgeerige redeneringen te boven Streeft. Hier om raadde Demetrius, Phalereus aan Ptolomjeus Philadelphus, den Koning van Egypte, dat hy zich , zoo veel Historie-fchryvers zou aanfehaffen, als maar doenlyk was, om, by dezelven, te vinden het bedrog der hovelingen, en de fchadelyke gevolgen hunner vleyery. Ahasuerus leerde, uit het boek dér gedachten!sfen, de trouw van Mordachai kennen, en de vergeetene deugd beloonen. En is dit zoo, gelyk het is,

dat

Sluiten