Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Eiland Timor enz. 8i

Zy zyn groote liefhebbers van het reizen te land. De gemeenen gaan meeft te voet, en neemen den tyd, by den nacht en den vroegen morgenftond, waar, ruftende, by de hitte van den dag, onder het lommer van den eenen of anderen boom. Elk neemt met zich zoo veel voorraad van Turkschkoorn, dat hy te vooren laat braaden en ftampen, en in bollen kneeden, als hy noodig denkt, tot het volbrengen van zyne reize. Met een zoo weinig krachtgeevend voedzel, houden zy het, veele dagen, uit, zonder ooit over honger of dorst te klaagen, mits zy Hechts hunnen gewoonen pinang niet ontbeeren. Hunne paerden en buffels, die in groote menigte op Timor zyn graazen vry in de boffchen en velden; maar zy gebruiken de laatften alleenlyk, tot het bereiden der ryst-velden, op order van hunne vorsten, en de eersten, tot het vervoeren van fandelhout, wasch of andere koopwaaren naar de kusten, daar de vreemdelingen den handel komen, dryven. Een ieder kent de zynen aan zekere tekenen, die hy, met een heet yzer, op derzelver rug brandt.

De wyze, op welke zy de wilde buf-Tam maai fels tam maaken, is merkwaerdig. Deeze Jiid* bufII Deel. 1F dic-W"

Sluiten