Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIO BESCHRYVING VAN

mannen, in het tapyt geweeven, hem verworgen zouden, wilde de vereering niet aanneemen. Deeze Landen, die, van oude tyden af den Koning van Bantam toebehoord hebben, zyn, door dien Vorst, in den jaare 1778, aan de Nederlandfche Oostindifche Maatfchappye in eigendom gefchonken; die, haare Loge op Pontïana, tusfehen Landac en Succadana gelegen, heeft opgerecht. In 1706. hebben de Nederlanders reeds handel op Banjermasflng gedreeven, en denzelven, tot vyfmaalen toe, hervat. Doch, in den jare 1747. is 'er, de laatfle reizc, post gevat: en het uitfluitend verbond met den Vorft gemaakt, 't geen, zonder afbreekinge, tot heden toe in ftand blyft; zynde de Vesting der Compagnie aldaar, Tatas genaamd. De Engelfchen zyn, eenige jaaren , gezeten geweest, op Succadana, tot in het jaar 1604; toen zy het in 't. geheel verlaaten hebben. Op Banjermasfing zyn zy, van het jaar 1700. tot 1706, op verfcheide reizen, gezeeten geweest , doch , in het laatstgenoemd jaar, is haare Loge afgeloopen: en zedert hebben zy Borneo geheel verlaaten.

S- IV.

Sluiten