Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Eiland Borneo» 145

en verzoeken die, hun eene goede plaatze aan te wyzen: voorgeevende, dat die menfchen de weerfchyn, of de ftraalen der Diamanten, op zekere tyden, kunnen zien uit den grond opgaan; als om vier uuren des morgens, om twaalf uuren des middags, en om vier uuren des namiddags: die hun dan, zonder de minfte voorbetaalinge, zulke eene plaats aan wyzen; wanneer zy aldaar een gat graaven, van omtrend eene roede in het vierkant, met yzeren vierkantige pennen. Want een fchop, of houweel kan, in dien fteenachtigen grond, niet gebruikt worden. De aarde daar mede losgemaakt zynde, neemen zy die, met Tangoks of manden daar uit, en ftapelen die op eenen hoop; wanneer weer anderen, in een gemaakte waterpoel zittende, den uitgegravenen grond, eerst met grove, en dan weder met fyner zeeften doorziften, en het overgeblevene zand, in eene houten wan, met dat water, waar in zy zitten zuiveren, en voor het laatftnazien: en, niets vindende, worden de grond en de fteenen op zyde geworpen. Doch vinden zy wat, zoo zyn er, die, van des Soefoehoenangs wegen, of van hem, II. DeeL K die

Sluiten