Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154 De Belemmeringen,

Maar nu, nu elk om 't zeerst de Wetenfchap wil vlyctl,

Nu durve ik luidkeels fchreyen: Nu durve ik kirren , als een tortel om zyn gaê,

Ack! alles lydt hier fchaê! Verwyfde Grieken en getulbande Arabieren,

Europa zag u zjvieren; Daar ft leeg liep, onder 't kruis ; met kunst en letterfchat,

Die \t eertyds zelf bezat ;

'Helaas! het krygsgeweld verkrachtte, in 't eerst, de

kennis,

Door helfche heiligfchennis: Tot dat het By geloof, noch wreeder dan *t Geweld, ' Zyn fpeeren had geveld,

En met een woede, die geen penne kan befchryven,

De Godsvrucht deed verftyven, Van killen angst, en haar wanhopig flryden deed:

Ja zelfs de wapenkreet Uitbuldren door SavoyZ, en Frankryk en Germanjc,

Door Neerland en Brittanje: Tot dat Geleerdheid , Deugd en Godsvrucht , rein

van hart,

Vergaaten leed en fmart; Om nu, och arm ! op nieuw, belemmerd en bekneepen,

Hei rouwfloers naar te jleepen, En, ieder oogenblik, te fmeiten van verdriet!

Wien treft die droefheid niet ? /Veen al wat weenen kan, uit innig mededogen :

Bedilzucht, List en Logen, Partyfchap, Hoogmoed en gefronfle Karigheid,

Vertrekt! - - De fVysheid fchreit! Vertrekt, gedrochten uit den afgrond losgebr&oken:

Myn bloed begint te kooken.

Ver-

Sluiten