Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i5§ De Belemmeringen,

Voor de edle Vryheid, wien AlvarerK moord-fchavot

Opzond, om wraak, tot God: Ai luiftert, luiftert naar myn1 kwynende gezangen,

Die troost van u erlangen: Leert ons, leert al het volk van 't moedig Nederland,

Te ftryden, hand aan hand. Leert ons v Orakelboek waardeeren en gebruiken ,

Maar alle dwangleer fnuiken, By overtuiging van een mannelyk gemoed,

Gedoopt in Jefus bloed. Helaas ! watftremtde waan H begonnen Kerkhervormen l

IVat moest de JVysheid wormen, Om H knarfendPfalmgezang te weeren, Hgeen nu zwicht

Voor fchooner Kerkgedicht. Wel hoe ' zou nu , daar ff al Geleerdheid fchynt te 1 worden,

Tot zelfs Tartaarfche horden, Daar't wild Kamfchatka zelfvan Pallas wordt bezocht;

Die algemeene tocht, Die windvan wetenfchap geen vruchtbre luchten waayen,

Om 't Godsryk te verfraayenf Helaas! op der» vraag, verliest de blanke Deugd

Haar moed en lust en vreugd: Zy fiaat de wenkbraauw, met verrichting, naar^bene-

Zy kermt, met fchietgebeden: Wy luistren, wat zj klaagt, daar H zilte tranennat

Ons, heet, uit de oogen fpat, En biggelt langs de wang, en rolt, met kille firoomen,

Tot op de kleederz^oomen. „ Ach! roept zj, ach! öwee! myn fcepter werd gekust:

,, Elk offerde, met lust,

Gintsch

Sluiten