Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Katj ang-thuinen. 195

kig uit, zonder eenen uitneemenden vruchtbaaren bodem, of indien hun Landheer geen bezitter' is, van eene aanzienlyke menigte rundvee. Om deeze reden zal men doorgaans zien; dat zy gaern op landen woonen, alwaar men hoornvee houd, en dat zy zig ook, zoo veel mogelyk, in de nabyheidt van den koeftal plaatfen* het welk een oplettend Landheer niet moet gedoogen, om dat de Katjangthuinen veel grond beflaande, de noodzaakelyke weiden voor het vee, al te verre, van de hand verwyderen.

Om dan het gewafch, voor de tweedemaal op denzelven grond, voordeelig te doen flaagen, moet den Chinees * zig de moeite getroosten, de drooge koemist met een kar over zynen akker te fpreiden, het welk veel minder zoude nodig weezen, indien men hun konde beweegen d'aarde dieper te ploegen, waar van in het vervolg nader.

Dog de meefte Chineëzen, laaten het tweede Katjang gewafch, niet 011middelyk op het eerfte volgen, maar zaaiN 2 jeü

Sluiten