Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 BESCHRYVING VAN EENE BLANKE NEGERIN

eene foort van melaatsheid, dat ik 'er myne flaaven en huisgenooten niet aan durfde waagen. Zy werd dan indevrymans boeien gebragt en aldaar volkomen geneezen , door het bewryven van haaren huid met Tamarinden bladeren klein gekapt, uitgeperst en met Salpeter tot een zalfje gemaakt. Ik kreeg haar Wederom fris en gezond, op den 14. December 1779.

Toen zy eerst by my aankwam, was zy zeer verlegen, zeer bang en was tot geen fpreeken te krygen. Toen zy weggehaald werd , fchreidde zy bitterlyk, en zeide aan de jongens en meiden, dat zy wilde blyven, en het hier wel had. Toen zy wederkwam was zy vrolyk, lachte en gaf haar genoegen , met fpreekende daaden j, te kennen. Niettemin was zy in de boeien zeer wel behandeld: — maar ook de flaaven en flaavinnen wille eene vryheid genieten, welke met haaren ftaat overeenkomt.

De jongens en meiden, welke men hier Papoefchen noemt, zyn vry zwart en draagen gekroesd, fyn gedraesd en

dus

Sluiten