Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

248Beschr.yv.van degrooteBorneosche

Kwam het op. niets meer dan eene lighaamelyke overeenkomst aan, zoo zoude men ongetwyfeld deezen overgang in het vierhandige genacht der Aapen ontmoeten ; maar vermits men in deezen al zoo zeer op de hoedanigheden van den geest, als op de geftake van het lighaam heeft te letten, zoo blykt wei dra, dat den Aap, niet eens waerdig, onder de onvernuftige dieren in de tweeden rang te ftaan, (*) geheel onbekwaam is, den gepasten overgang , tusfchen den redelyken Mensch , en het redeloos Vee te maaken.

De uiterlyke geftalte deezer Dieren heeft nochtans, reeds van de oudfte tyden , de oplettenheid der Natuurbefchouwers naar zich getrokken, en aangemoedigd , eenige overeenkomst van den geest in een lighaam naar te fpooren, het welk de wyze Schepper, zoo zeer naar dat van den mensch, heeft doen gelyken.

Maar

(*) Men zie hier over de Natuurlyke Hiftorie van den Heer V. Buffon, het tweede ftuk van het zevende Deel.

Sluiten