Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GENAAMD SADJARA RADJA DjAWA. 267

van Gieling Wisfie (5) om hem te beheeren, als te vooren. By gevolg nam Watoe-Goenong weder het leeven aan; maar hy zei aan Nar ada .\ Neen ! ik wil niet meer naar de aarde gaan; noch ik wil niet meer Koning van Gieling Wisfie zyn: maar hier in den hemel blyven, mits dat ook alle myne vrouwen en kinderen mede in den hemel komen; want anders zal 'er nog geene rust in den hemel zyn.

Na-

hier te melden , dat volgens de Peifiaanfche Overleveringe de Algemeene Zundvloéd voortkwam uit den oven van een oud wyf 'lala. Capna genaamd. Th. Hyde Hifi. Rel. Vet. Perf. Cap. X. p. m. 169.

(5) Wegens de ligginge van Gieling Wisfie, had ik iets gegift. Verhand. I. Deel. bi. 144. Maar nu bericht my de Heer Directeur van het Genootfchap, dat het, onder de benaaminge van Pagger IVijJy, of het Kafteel van Wijfie deszelfs overblyfzeïen nog vertoont, omtrent tien «uren ten zuiden van Batavia , beweften de Groote Rivier : dat 'er , nog twee uuren zuidelyker, deze vervallene aarde wallen bleeven aanhouden ; welke denkelyk eene groote Stad , of Negery, zullen hebben omringd. Men heeft 'er alomme gegraaven, om opfchriften te zoeken , maar niets van dien aart gevonden. Waar uit men veilig zou kunnen befiuiten, dat de Hemel, of de Stad der Priefleren, in het Koningryk van Jaccatra, tusfehen de rivieten gelegen hebbc. En ook kon by den uitloop der Rivieren, by overvloed van regen, eene geweldige overftrcominge plaats hebben. En indien dat doorgaat, moet men, door den Hemel de Noordelyke Benedenlanden, en door de Aarde de binnenlandfche Bovenlanden verftaan.

Sluiten