Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344 Redevoering

oogenblik, uit myaè voorige weldaaden. Alle Uwe deuren wierden voor my geflooten. Ik wendde myne treden naar Samarang.

Ik verkoos den landweg, en bezocht, o Batavia, Uwe Om me - en Bovenlanden Hémel! wat eene verwoesting richt in dezelven, de natuurlyke Kinderziekte niet aan ' Hier kwam my een oude gryzaart tegen, die, reeds over veertig jaaren, beide zyne oogen aan de pokjes verboren nadt. Hy wierdt geleid door eenen jongeling, die hem altoos bybleef, en dus zoo wel als hy zelve, een onnut voorwerp voor den landbouw was Wat verder zag ik in eene geringe Pondotk, eene jonge vrouw liggen, die, kort na haar huwlyk, door die ziekte lam, en dus onbekwaam geworden was tot de vermeerdering van haar genacht. Ik vernachtte in den Dalem van eenen Javaaiifchen Grooten, daar ik alles in droefheid gedompeld vond, om dat hy, in minder dan veertien dagen zyne twee ééniglte kinderen aan de kinderziekte hadt zien fneuvelen. Allen, die ik op myne reize ondervroeg, kwamen hierin overeen, dat

er

Sluiten