Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348 Redevoering

het eerst aangetast, en zagen, ieder oogenblik, hunne bewooners wegfleepen naar het graf. De Stad zelve niogt niet vry blyven van haaren aanval. Zy dronk het bloed der Eurogeezen uit den beker van vergenoeging ! ^ (*) ó Martens ! (*) ö Teuch-er! (*) ö Windelstig! Uwe kinderen zyn niet meer! Tedere (*) Barkejey.' Uw jondfte zuigeling; beminnelyke (*) Roghe ! Uw éénigft kind moeften voor haare woede bukken! Noch Uwe moederlyke liefkoozingen, noch Uwe heete traanen, noch Uwe vuurige gebeden hebhen dezelven kunnen behouden! Gy hebt ze zien fcheuren uit Uwe beevende armen, en neérdompelen in den killen fchoot der aardel Braave, maar ongelukkige Ouders/ vergeeft my, van hier Uwe naamen te hebben gemeld. Het is niet geweest, om Uwe wonden, op nieuws, te doen bloeden. Maar Och of Batavia getroffen wierd' door het voorbeeld van Uw -ongeluk! En het verftrekke U, tot eenige vertroofting, dat Uwe kinderen te vroeg weggerukt, om op Uw voetfpoor deeze volkplantinge in hun leeven van nut te zyn, hunne

(*) Allen inwooners Tan Samarang. pOO-

Sluiten