Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[der Inëntinge. 353

lig, en met die Wetten ftrydig. Maar, zoo Gy dezelve nadeelig, en met dc Godlyke Wetten ftrydig hieldt, zoudt Gy dan niet, in den tyd, dat er zoo veelen in deeze ftad zyn ingeënt, openlyk, tegen haar, zyn opgekomen ? Trouwe Herders! Zoudt Gy niet gewaakt hebben voor Uwe kudde? Immers ja ? Indien zy tegen de bevelen van Gods heilig woord aanliep, Gy zoudt U, met eenen Godvruchtigen yver, tegen dezelve, hebben aangekant. Geene menfche - vreeze, geene waereldfche Inzichten zouden U weerhouden hebben. Gy zoudt, met het hoogfte recht, den kansfel hebben duen daveren van Uwe bedreigingen tegen de zulken, die haar in het werk durfden ftellen. En de vloeken van Ebai waren niet te fterk geweest, on tegen my te worden uitgefproken.

Ik mag dan, uit Uw voorig ftilzwygen, afleiden, dat Gy de inenting voordeelig voor het Menfchdom cn overeenkomftig met de Godlyke Wetten houdt. Maar is het dan Uw plicht niet, Godvruchtige Mannen ! deeze kunstbewerking aan Uwe Gemeente voortedraagen ? Dezelve daar toe op Z te ■

Sluiten