Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

39<5 Beschryvinge van

mede van de Ryst, het Brood, de Jamblans, de Manges, en van alles, wat men haar rykelyk voordiende: duldende zelfs, als met eene moederlyke onverfchilligheid , dat haar keesje alles ontnam. Het Aapje had haar ook tot zyne moeder en befchermfter aangenomen , kroop achter haar en keek haar aan, als iemand hem aan de touw trok, of met een Hokje dreigde.

f. xv/

Als men der Wouwouw te na kwam, of haar en het Aapje beledigde, inzonderheid als men haar befpotte en uittochtte, gaapte zy, liet haare ilagtanden zien, Hak de lange armen uit, en fchoot grimmige blikken uit de zwarte oogen. Dit gefchiedde dagelyks min of meer, en het verdriet van de beledigde perfonaadje nam, hand over hand, toe. In 't begin liet zy zich nu en dan nog eens aanraaken en den hairigen huid ftreelen: maar nu dulde zy dit niet langer, werdt toorniger en boozer , en zag niemand aan, dan met eene korfele verontwaerdiging.

§. XVI.

Sluiten