Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Wouwouwen. 40^

zyne beleefdheden, en werdt dus fomwylen wat lastig. Het hangend flingeren en voortloopen onder eenen bamboes tusfehen twee boomen geipannen , by overhandfche vergrypinge , het drinken uit een plasje by nederbukkinge en opilabbinge; en uit een klapperdop of dieper water fomwylen met de holligheid zyner hand: het wonderlyk loopen met overgedooken hoofd, lange uitfteekende, op en neder flingerende en balanceerende armen en nederhangende handen, het dansfend huppelen met belagchelyke luchtfprongen, langs den grond, op twee aehterpooten) het voortfnellen op vier handen, (want eigentlyke voeten heeft het beest met) en wel zoo, dat de armen recht nederwaards in de loodlyn zich , met de toppen der vingeren, tot aan den grond uitftrekken en eenig iteunzel by zetten; en ik weet niet wat nog al by zonderheden, en aartigheden maaken de eigenfchappen van deezen mensch gelykenden aap uit. Eens vechten 'er eenige honden en blaften geweldig digte by hem-, toen werd hyzeer angftig en fchreeuwde uitdrukkelyk Wouwouw.

Cc 3 s- XXV.

1

Sluiten