Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Verdediging. 443

en vooral op het Joodfche Land, (e) uit het welk de Pheniciers hunnen voorraad van koorn en andere behoeftens haalden?

II De Philiftynen lagen niet minder voordeelig tot den Koophandel, dan de Pheniciers, en waren, zoo wel als deezen voor zeehandelaaren bekend. Gazo, lag niet verre van Zee, en Jscalon was eene zeer voortreffelyke zeehave» Waarom zouden zy niet , zoo wel als de Pheniciers, groote rykdommen, uit verre over zee liggende Landen, hebben kunnenmagtig worden, en

by

M Dat de Pheniciers niet in ftaat waren hunne Ingezenen te voeden uit de vruchten van hun eigen Land en daar toe het joodfche noodig hadden ; blykt uit het gefchcnk van twintigduizend maaten koorn, en even zoo veele maaten oly. die Salomo 's jaarlyks Hyram , Koning van Tyrus ïond na dat deeze Vorft Hem daarom al» eene hoognoodige zaak hadt verzocht. gelyk men zien kan u.t zynen brief aan Salomo, die by Jokphus te vinden is, en waar in hy volgens de Laiynfche vettaaling, zegt: Tuque fac curet ut pro his frumentum nobis fuppeditetur, qua re nobis opus ejl utpote Insulam habitantibus. vide Jofep. iib. VUL Cap. a.

Het blykt ook uit het geen wy in de Handel; der Apoftelen, Kap. XII, vinden aangetekend, naamlyk, dat de Tyriers en de Sidonier*, hoorende, dat Herodes in den zin hadde tegen hen te krygen, tot Hem opkwamen, on» den vrede te verzoeken , nademaal hun Land gefciigi merdt uit des Koning* Land.

Sluiten