Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Verdediging. 445

Ophir voeren , met vier honderd en twintig talenten gouds te rug (/c) kreeg. Wie weet, of de Edomiten zich niet reeds in vroegere tyden van dat zelfde voordeel bediend, en ontzaglyke rykdommen by eén vergadert hebben, en

of

Afia. Niets komt my onwaarfchynlyker voor dan het gevoelen van die het zelve in Amerika hebben geplaatst. Die het hebben aangezien voor het jsgenswoordige Sofala, op de Zuid-Oost-Kust van Afrika, hebben voor zich meer redenen van waarfchynlykheid: want uit de Heilige fchryvers blykt klaar , I. dat Ophir eene Zee-have moet zyn geweest; a. dat men 'er gemakkelyk langs de kusten heeft moeten kunnen komen ; en 3. dat 'er het goud in grooten overvloed was. Dit alles komt wel overéén met het hedendaagfche Sofala, alwaar, zelfs nu nog, na zoo veel graavens, de goud-mynen niet zyn uitgeput, en het welk aan den oever der Zee ligt , werwaards men van EzeonGeber, langs de Kusten van Afrika, gemakkelyk kon komen.

Veele andere Geleerden , waaronder ook Grotius geweeft is , hebben het gezocht in Afia . maar zyn het niet eens geweest , omtrent deszelfs ligginge in dat Waereld deel Zommigen denken , dat het Ormas geweest zy; anderen Pega, Malaua, Sumatra; anderen wederom, (en dit is het gevoelen van Bochart, vide liochani Phahg. Li6. n. Cap. 0.7, het oude Taprobana, dat thans het Eiland Ceilon is. tk zoude hier nog menigvuldige gevoelens van anderen kunnen by brengen; maar ik wil liever mynen Leezer wyzen naar het uitmuntende werk van den Geleerden Heere Chais, in het fesde Deel van zyne uitlegging van den ftybe!, alwaar men in eene noot , op de 1 $3. bladzyde van het eerfte Boek der Koningen , de gevoelens van alle de Geleerden over Ophir by één verzameld vinden kan.

(k) 1 Kon. IX. 18.

Sluiten