Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

470 De Doorn Rolpalm.

met haar beneeden eind, dat eene fcheede is, die zig aan de eene kant in veele vezeltjes en draaden verdeelt, en de ftam als met grysachtig werk bekleed. De bladfteel boven deeze fcheede zig verdunnende tot de dikte van een kleine pink, is lichtgroen van coleur en omtrent 4-5. voeten lang; meest geheel driekantig van beloop, naamentlyk ter zyde aan weers kant met een Icherpe en van onderen met een ronde hoek. De twee fcherpe hoeken van den bladfteel zyn met bruine, zeer fpitze, haakachtige te rug gebogen, en omtrent een duim van elkaar ftaande doorens, bezet. Aan de binnen kant van het blad vertoond zig het eind van de bladfteel als afgebeeten, maar aan.de buiten kant , maakt het eene eenigzins pylvormige punt, langs de welke ter wcêrzyde, de geplooide ftraalen van 't blad vastgegroeid zyn. Het blad vertoont zig als een verfleeten waayer, zynde tot de bafis toe meest in 19. geplooide en boogswys geftelde ftraalen verdeeld. De middelfte van deeze ftraalen heeft 12. en meerder plooien, maar de buitenfte hebben zomtyds maar drie, allen van drie tiende r tot uiterlyk een half duim

breedr

Sluiten