Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 Het Onderfcheidende Kenmerk van de

men moet, zonder deeze kennisfe , volftrekc vervallen , of tot ongeloof, of tot bygeloof, of tot eenen eigenwilligen Godsdienst! dat alles haatelyk is in de ogen van den alleen zaligen God.

Het fpreekt derhalven van zeiven, dat de kennis, en dienst, van den alleen waaren God, te zaamen moeten worden gevoegd; omdat het een, zonder het ander, niet beftaan kan.

§. 20.

Deeze kennis , en dienst, van 'den alleen waaren God , gelyk ik boven aanmerkte ; is het allergrootfte voorrecht! waar mede een volk , op deeze waareld , begelukzaligd kan worden.

God is een weezen , dat niet te vergeefsch gediend wil zyn. Nooit zeide hy tot Jacobs zaad, zoek my te vergeefsch. Hy was altyd een belooner der geener , die hem zochten. En niemand zal het zich ooit beklaagen, dat . hy des Heeren wagt waarnam.

Dit is zoo wel waar, ten aanzien van geheele volken , als het waar is , ten aanzien van byzondere menfchen. Jaa het is, met opzicht op de belangen van het tegenwoordige leven , waar van ik hier bepaaldelyk fpreeke; meer waar, ten aanzien van geheele volken, dan , van byzondere menfchen.

Want , dewyl geheele volken, als volken, befchouwd , naa dit leven, geen beftaan zullen hebben; bygevolg fpreekt het van zeiven,-

dat

Sluiten