Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 41 §• 40.

Ik merk hier alleen aan: dat de kennis, en dienst, van den alleen waaren God, wel alorhme, over de geheele aarde, verfpreid zyn; zoo dat 'er thans byna geen volk is, waar onder het geklank des Evangehums met gehoord wordt. Maar dat wy egter noch tyden te gemoet zien, in welken de kennis, en dienst, van den alleen waaren God, nog veel verder, zal worden uitgebreid.

Daar is, in onze dagen, een geest van.onkunde, zorgeloosheid, en boosheid, uitgeftort onder de menfchen. De Protestantfche kerk is, over het algemeen genomen, jammerlyk bedorven. De waare kennis, en mannelvke godsvrucht, zyn heden, by zeer weinigen, te vinden. Laauwheid, flaauwheid, onverschilligheid, waareldsgezintheid, en diergelvke zonden, neemen iterk de overhand. En'het gelaat der kerke is zoo vervallen , datzo weinig gelykt naar de afbeelding, die 'er, door Salomon, van wordt'gemaakt, Hoogl. 6. vs. 10.

Maar wy verwagten nog eens betere tyden, en zien dagen te gemoet, in welken het zyn zal, een lichaam, een Heer, een geloot, en een doop. Wy hoopen op die gelukkige ftonden, in welke wy alle zullen komen tot de eenigheid des geloofs, tot dekennis des Zoons Gods, tot een volkomen man, en tot de maat der grootte, der volheid van Christus Jeius. Jaa wy reikhalzen naar dat heuchelyk ogenblik, waar in de volheid der Heidenen eens zal ingaan, en geheel Israèlzalig wordenQntwaa]j

Sluiten