Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52 Het'Onderfcheidende Kenmerk van de

Vorften gerechtigheid, Spreuk. 8. vs. 15. In deezen zin zegt de Propheet: Dat God de Koningen afzet, en bevestigt, Dan. 2. vs. 21. In deezen zin zegt Paulus: Dat de machten Gods dienaresfen zyn, in het flraffen van het kwaade, en beloonen van het goede, Rom. 13. vs. 3. En in deezen zin leezen we: Dat wc alle geopenbaard moeten worden voor den Rechterftoel van Christus; opdat een ieder wegdraage, het geen in het lichaam gefchied is, naar dat we gedaan hebben, het zy goed, het zy kwaad! 2 Corinth. 5. vs. 10. vergeleeken met Openb. 20. vs. 12 en 13.

Dit nu kan niet naalaaten, eenen zeer diepen indruk te maaken op de gemoederen van alle weldenkende Koningen, Vorften, en Overheden des volks.

Want dit befef, indien 'er maar de minfte vreeze Gods in hunne harten is, moet hen aanfpooren: om, met verbanninge van alle goddeloosheid, tyrannie, en boosheid, de volken te regeeren in gerechtigheid, en de Natiën te befluuren in rechtmaatigheid ; gelyk ook de herrinnering van deeze gewigtige gronden des Christendoms zulke uitwerkfels wel eens heeft op de allerfnoodfte, en booste, Vorften.

Wilt ge 'er voorbeelden van weeten? denk flegs aan eenen Herodes, Mare. 6. vs. 20. Vertegenwoordig u eenen Felix, Act. 24. vs. 24 en 25. Om nu van veele andere geen gewag te maaken.

5- 52.

Sluiten