Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 75

Gelyk het gaat in de eerfte jeugd; zoo gaat het ook in de volgende jaaren, en dikwils noch al erger. Veeltyds zyn de grooten omringd door eene bende van verleidende pluimftrykers; die altyd vleien, en zelden de waarheid fpreeken. Deeze , fchoonze zich zeiven, niet den Vorst , beminnen ; zyn doorgaans ruim zoo aangenaam, dan.zy, die uit de borst durven fpreeken. En men moet meer, dan een mensch zyn; om, op zulke gladde plaatfen, niet te ftruikelen.

Ik zegge dit niet, om de heerlykheden te benadeelen. God is myn getuige! en hy zal het eens oordeelen. Maar ik fpreeke zoo, om dat ik meedelyden heb met den aanzienelyken in den Lande. Het is hem, die alle dingen weet, best bekend, hoe veele 'er, voor verleidingen, bewaard zouden zyn gebleeven; alsze niet in hoogheid gefield waren geweest. En hy, die alle dingen, in den juisten faamenhang, of'in het rechte licht, befchouwt; maakehier over verzoening in Jefus bloed! want dit is daartoe genoegfaam, en ook alleen genoeg,

§• 69.

Wat is 'er derhalven noodzaakelyker ? dan, dat de Koningen, en Vorften , in navolginge van Salomon, niet alleen, in eigen perfoon; maar dat ook alle welmeenende Onderdaanen, geduurig voor hun, by den throon, om noodig hcht, genade , en wysheid , aanhouden ? ten einde zy, voor alle verleiding moogen worden bewaard;en tot hunne gewigtige Amptsbedieningen, bekwaam moogen worden gemaakt.

Hier»

Sluiten