Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90" Het Onderfcheidende Kenmerk van de

jregeld heeft; en dus aan andere volken, als in eenen fpiugel, tot een voorbeeld van naavolginge, voorgefteld; hoedaanige zyn, Deutr. 28. Deutr. 32. en Ps. 81. vergeleeken met Rom. 15. vs. 4.

Dit gefchiedt, in het byzonder, in zulke plaatfen, waar in ons wordt geleerd: dat, zoo wel geneele volken , als byzondere menfchen, zich moeten fpeenen van alle die zonden, welke God vertoornen; den naaften verbitteren; een onmiddelyk bederf naar zich fleepen; en dus den ondergang van geheele volken verhaasten; hoedaanige ons, overal, in de Godfpraaken der Propheeten; maar inzonderheid, in die van Jeremias, leevendig worden afgemaald.

Om nu niet te zeggen: dat de Godheid ook de onderfcheidene Regeeringen , op deeze waareld, heeft verordineerd, om den zegen, de welvaart,en den-voorfpoed van een volk te bevorderen, te bewaaren, te vermeerderen, en beftendig, of duurzaam te maaken. Want het is toch de voornaamfte plicht van Koningen , Vorften, en Overheden, zorg te draagen, dat een volk een ftil, en gerust, leeven leide, in alle Godzaligheid, en eerbaarheid, i.Tim. 2. vs. 2.

§• 83.

En, eindelyk, met betrekkinge op het laatfte ftuk, hetwelk ik, tot de gelukzaligheden van een volk, geduurende den loop van het tegenwoordige leven , gebragt heb ; hier in beftaande:

Dat

Sluiten