Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, ênt. ut

iVS» 15. 1* Corinth. 6. vs. 20. 2. Corinth. 5. vs. 17. Ephef. 5. vs. 8. i« Timoth. 1. vs. 15. en Hebr. 10. vs. 22.

§• 97-

Ook leert de Christelyke Openbaaring, ho© irnen, door dit middel , wederom kan geraaiken tot die volkoomenheid, welke de weezenlyke volmaaktheid van de menfchelyke natuur , uitmaakt.

Want zy verzeekert ons: Datwe, hoe zonIdig, hoe elendig, en gebrekkig, wy ook zyn [moogen; tot Jefus moeten koomen, om geIholpen te worden. Datwe ons, met alle onze :blindheden, dwaasheden, en verkeerdheden, ttot hem moeten wenden, om 'er van verlosc ite worden. Dat hy alleen de weg, de waar iheid, en het leven is, door wien men tot den Vader gaan moet. Datwe niets hebben :te doen; dan, hem aan te neemen, tot wysI heid, rechtvaardigheid, heiligmaaking , en 'verloshng. En dat hy, zoo machtig, als ge1 willig, is, om allen, die dit gelooven, en belgeeren, aan te flaan, en tot nieuwe fchepfeI len te maaken.

Ook verzekertze ons : Datwe , langs dee; zen weg , wederom tot de volkoomenheid 1 onzer natuur konnen geraaken; en aangenaam 1 worden, in de ogen van God. Datwe, hier idoor, der Godheid, ten minften eenigzins, j gelykformig worden gemaakt. Datwe dus het ' bederf ontvlieden, dat 'er in de waareld is, ■door de begeerlykheid. Datwe, by ons ge-

loove,

Sluiten