Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

158 Het Onderfcheidende Kenmerk van de

Dit wordt'ons, als in een Schilderie , vertoond, Ezech. 37. vs. 1 tot 10. Dit eischt Gods gerechtigheid; want die moet aan hetzelve Schepfel, dat hier goed, of kwaad, bedreeven heeft, vergelding doen. En dit vorderen ook des Heeren waarheid, en trouwe; want die moeten aan den zeiven menfche vervullen, het geenze hem beloofden, of dreigden. , >

Om nu, van Gods andere deugden, geene

melding te maaken.

§■ 133-

Ook wordt 'er, ten tweeden, tot de volkoomenheid onzer lichaamen, vereischt:

Dat deeze, dus opgewekte, lichaamen bevryd zullen worden van alles, het geen aan de verrigtingen, waar toeze, in het aanftaande leven, verordend zyn; het allerminfle nadeel, hinder, ofbeletfel, kan toebrengen. . Ik kan wel, met geene zekerheid, bepalen, hoe het, met onze opgewekte lichaamen, in het toekoomende leven, gefield zal weezen. Maar ik kan egter, met genoegzaame zekerheid , zeggen, datze eene groote verandering Zullen ondergaan; om vatbaar te zyn, zoowel voor eene eeuwige duurzaamheid , als voor de einden, waar toeze gefchikt zyn. En het is te denken, dat niemand hier van een recht befef zal konnen maaken; eer hy zelvs, met zulk een nieuw lichaam, overkleed zal worden.

Het

Sluiten