Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 175

Ik beroepe my daarom, kortheidshalven, alleen op het getuigenis van den grooten Paulus; die ons verzekert, dat Christus het einde 'van de geheele Wet was, Rom. 10. vs. 4.

5- 145-

Het zal nu, naa dit alles, niet zeer moeje* lyk vallen, het wettig befluit, uit het beredei neerde, op te maaken.

Want, dewyl de Heere Jezus alles heelt geleden, wat de zonde verdient, en de zondaar had moeten lyden; dewyl hy dit alles vrywillig uit een zuiver beginfel van liefde, tot Gods ! eer', heeft geleeden; dewyl hy het, ten aanzien' van zich zeiven, ten eenemaal onfchuldig, heeft geleeden; dewyl hy het niet, als een'bloot mensch, maar als Gods Zoon, heeft o-eleeden; en dewyl hy dit alles, naar den bepaalden raad des Heeren, heeft geleeden.

Bygevolg befluite ik, uit dit alles, twee gewigtige dingen, en geheel onbetwistbaare, of ontwyffelbaare, waarheden.

Vooreerst, dat de Heere Jezus, niet voor zich zeiven, maar voor anderen, heeft geleeden ; en dat zyn lyden, uit dien hoofde, een borgtogtelyk lyden geweest is.

En in deeze gedagten bevestigt de geest Gods ons, wanneer hy zegt. Dat Jefus, voor ons, in onze plaats, en ten onzen nutte,heeft geleeden! gelyk, niet alleen, uit het geheele bybelwoord , "bekend is ; maar gelyk hy ons zelfs ook verzekert; als hy zegt: Ik ben niet

ge-

Sluiten