Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SSS Het Onderfcheidende Kenmerk van dé

Het tweede geval, door my bedoeld, is dat van Jezus, en de Jooden. Want wie weetniet? dat de Jooden niets aan Jezus hebben gedaan; dan, het geen Gods hand, en raad, bepaald had , dat gefchieden zou! Act. 4. vs. 28. Maar - wie zal zeggen? datze het hebben gedaan, om Gods raad uit te voeren. Dit is 'er zoo ver van daan! datze alleen, uit een beginfel, van haat, nyd, wraakzucht, en boosheid, hebben gewrocht; gelyk, uit de evangelifche gefchiedenisfen, bekendis.

Wierd dit behoorlyk in acht genoomen ; men zou zich , in het ftuk van zaligheid , zoo zeer niet bekommeren, over Gods befluiten, in het gemeen, of over de eeuwige verkiezinge, in het byzonder! maar zich alleen bepaalen byhet algemeen aanbod van zaligheid, in Christus.

De verborgene dingen , hoedaanige zyn, de befluiten, in het gemeen , en de verkiezinge in het byzonder , behooren alleen voor den Heere; en de geopenbaarde, hoedaanige zyn, het algemeen, en welmeenend, aanbod van zaligheid, in Christus, voor ons, en onze kinderen, te zyn! Deutr. 29. vs. 29.

En ik ben verzekerd: Dat niemand, die het, in Christus, aan hem gedaan, aanbod van zaligheid, verfmaad heeft ; zich ooit zal beklaagen! dat dit gefchiedt is , omdat God het zoo, in zynen raad, heeft bepaald. Maar dat millioenen , de millioenen verdubbeld , het zich eeuwig zullen beklaagen ! datze het , in den grooten Christus, aan hun aangebooden, heil verworpen hebben.

|. ï53-

Sluiten