Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21 o Het Onderfcheidende Kenmerk van de

menfchen, als van beesten, de eerstgeboorene zoonen , of allerwaardfte panden , niet uitgezonderd.

Want, gelyk dit een bewys was, datze een denkbeeld hadden van Gods wraakoeffenende gerechtigheid , en zelfs naar verzoening begeerig waren; zoo was het ook een allerduidelykst bewys, datze geene de allerminfle zekerheid hadden van deeze verzoeninge! noch ten aanzien van de zaak zelve ; noch ten aanzien van de wyze, waar op deeze verzoening zon worden getroffen.

Hieromtrent laat de natuurlyke Godsdienst den zondaar altyd in onzekerheid! zonder te konnen bepaalen, of, en hoe, een oneindig liefdenryk , en algenoegzaam Opperweezen , zonder benaadeelinge van zyne oneindige gerechtigheid, enheiligheid, verzoend kan, en wil worden ; want dit is, en blyft , voor de natuur , een diep geheim.

Niemand der Heidenen , als zoodaanig befchouwd; heeft zich ooit, met eenige zekerheid, of gerustheid, konnen beroemen in de hoope van een eeuwig, en gelukzalig, leven! gelyk ik, uit de belydenisfen van de grootfte, en beste Wysgeeren , zoude konnen toonen; indien myn beftek, en de tyd, zulks toelieten. ■ Dit was een voorrecht! dat alleen, voor de Goddelyke Openbaaringe, bewaard was. Want, - wat men ook mag zeggen; het is zeker, dat de leer der verzoeninge niet tot het weezen., of oogmerk, van den natuurlyken Godsdienst behoort! en, om die reden, daar uit ook niet kan worden afgeleid. Maar datze behoort tot

de

Sluiten