Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

' Christelyke Openbaaringe, enz. 229

cenfchappen, en beftaan; als ten aanzien van zyne w-gen , handelingen , en werken ; niet alleen, in de natuur, maar ook, en wel voornamenlyk, in de genade.

Hoe duidelyk leert de Mofaïfche Openbaaring niet ? wie de mensch is , en wat hy is; zoo, ten aanzien van zynen oorfprongelyken ftaat', als ten aanzien van zynen tegenwoordigen toeftand; en tevens , ten aanzien van het lot-, dat hem befcheiden is in het toekoomen de leven; daar wy alle eerlang henenfnellen.

Hoe klaar wordt 'er , in de Mofaïfche Openbaaringe , niet geleerd ? dat de mensch wel goed is gefchaapen ; maar dat hy geheel bedorven is, door de zonde. Dat God wel te rein van ogen is, om het kwaad te konnen aanfchouwen ; maar evenwel geen lust heeft in den dood des goddeloozen. En dat hy zoo machtig, als gewillig, is, om zich, met zyne vianden, te laaten verzoenen.

Hoe omftandig wordt deeze aanbiddelyke heilweg, in de Mofaïfche Openbaaringe, niet verklaard? wanneer daarin wordt geleerd: Dat men, uit loutere genade, moet worden behouden, om de volwigtige heilverdienften van den Mesfias; die, ten beftemden tyd, om onze zonden, moest worden verwond, en de ongerechtigheden , des Lands , op eenen dag , moest wegneemen! Jef. 43. vs. 25,. Jef. 53. vs. 5, en Zach. 3. vs. 9.

Hoe naadrukkelyk wordt de verplichting, tot deugd, en heiligmaking, uit aanmerkinge van de verlosfinge, die 'er in den Mesfias is;

P 3 niec

Sluiten