Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 Het Onderfcheidende Kenmerk van de

het, onder anderen, wel voornaamenlyk, hierin, hebbe beftaan:

Dat God, ten tyde van Abraham, het Joodfche volk, uit alle andere volken, heeft verkooren! en aangenoomen tot zyn volk. Dat hy aan dit volk, volkswyze befchouwd, zyne inzettingen, wetten, en rechten, heeft gegeeven; zonder zulks te doen aan eenig ander volk. En dat hy, met voorbygaan van alle andere volken; het middel, om waarlyk gelukkig te zyn, alleen aan dit, en geen ander volk, volkswyze befchouwd, geopenbaard heeft.

En hier mede, is het, naar myne gedagten, volgens de leer der gewyde Schriften, op deeze wyze, gefteld.

J. 187.

God, die ryk is in barmhartigheden, en verheerlykt wil worden in de zaligheid zyner redelyke Schepfelen; had hier toe, naa den droevigen zondenval, een gepast middel aangeweezen, en dat aan den zondaar welmeenende laaten aanbieden.

Maar dit was geheel vruchteloos geweest! om dat alle vleesch , voor den vloed, zynen weg bedorven had; en, naa den vloed, aan geene mindere boosheid overgegeeven was. Jaa het ftond te dugten, dat alle kennis, en vreeze Gods, van den geheelen aardbodem zouden zyn vefdweenen; als het goedertieren Opperweezen daar niet voor, op eene zonderlinge wyze, gezorgd,had.

Dit

Sluiten