Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Medeleden te doemen? Waarom zulke tweederleye gewigten gebruikt?

Merkt Myn Hr. ook niet, dat hy genoegzaam alle zyne voorgangers met zyne gewaande verdachtheid tot leugenaars maakt, en als zoodamgen veroordeeld, en zig zelfs by zyne Leezers, die iets van die gefchillen geleezen hebben, verdacht en hefpottelyk maakt? Immers zulke Perfoonen weten wel, dat men ons eenen geheelen hoop Lutherfche en Caïvinifche dwaahngen heeft opgetygd (*); dat de Hooggeleerde van Vilfieren ons zeer net en niet minder dan twaalf dwaalingen heeft ten Iafte gelegd, en dat anderen ons in blaauwe Boekjes, onder het Volk kwaadaardiglyk verfpreid, van eene menigte ketteryen en dwaalingen hebben befchuldigd, die nu, volgens den Hr. J. C. zelfs, op eene enkele verdachtheid uitkomen. Wat moeten dan de Leezers denken van alle die andere bittere en onregtzinnige Schryvers, of van den Hr. J. C. zelve ? Zyne voorgangers waren dan alle infaame Leugenaars en Lafteraars, nademaal Myn Hr. ons maar voor enkele verdachten houd. Een teken , ja een bewys, dat niet een eenige van die Schryvers ons van een eenige dwaalinge heeft kunnen overtuigen. Met de gewaande verdachtheid van Myn Hr. zal het niet beter gaan. Het zyn zulke aanmerkingen, die vatbaar zyn voor elk een, die voorgemelde Vrienden bewogen hebben, om my te verzoeken, myne Bemerkingen over het Gefchrift van den Hr.

J. C

(*) Zie Dujardin in zyn Aangewezen vergif.

Sluiten