Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C =4 )

Het gefchü tuffchen den grooten Bossuet en Hn Claude was over het Oppergezag der Kerke: of men zig daar zoo volkomentlyk mocfi aan onderwerpen, dat 'er na deszelfs uitfpraake geen onderzoek meer te doen viel , maar elk een yerpligt was zig daar aan volkomentlyk ten onder te geven. Die onderwerpinge wilde de Hr. Claude niet toeftemmen; maar beweerde, dat 'er na die laatfte uitfpraake nog altoos twy-* fel overbleef; zoo dat men, na dat die uitfpraake gedaan was, nog konde en mogte onderzoeken.

De Hr. Bossuet praamde dan den Hr. Claude door eenen eed , welken men aan de Nationaale Opperfte Synode der Gereformeerden, by welke de laatfte uitfpraake was, deede , en die aldus luide: „ Wy zweeren dat wy ons „ zullen onderwerpen aan alle het gene dat

in uwe Vergaderinge zal befloten worden, „ overreed dat God daar zal voorzitten door 3, zynen H. Geeft, en door zyn Woord.

De Groote Bossuet beweerd, en met regt, tegen Hr. Claude, dat men dien eed niet kan doen zonder vermetel te zweeren, ten zy men het Gezag van de Synode voor onfeilbaar houde, aan welke men dien eed doet. Want, na dat de Hr. Bossuet eenige uitvlugten wederleid had, waar door de Gereformeerde Schryvers, en Hr. Claude zelf , dien Eed zogten te verbloemen , te verzagten en te verdraaien, (zoo als de Hr. J. C. ook met zynen eed van het Formulier doet) zegt die Geleerde Biffchop: Eindelyk , om myne redenkavelinge tot weinige woorden te krengen, alle eed moet gegrond zyn op eene zekere en bekende waarheid. Nu, deze belofte,. die gedaan word aan

de

Sluiten