Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 41 )

het eene van Jacob Vernant Carmeliet, her ander van Pater Mo ja Jefuit, Biegtvader van de Koninginne van Spanjen. Alexander VIL zond eenen brief daar over aan den Koning, in welke hy klaagde over de veröordeelinge van die verderffelyke Boeken. Dus tragtte hy die fchandelyke Boeken, of ten minfte die Schryvers, te befchermen, terwyl hy geen zwaarigheid maakte, om het Boek van Janfenius te veröordeelen: • even gelyk Clemens XI. daarna het Godloos Boek van den Cardinaal Sfondrate, dat van Pelagiaanfche dwaalingen krielt, befchermt, en op zyn kosten laaten drukken heeft, terwyl hy het treffelyk Boek der Zedelyke Aanmerkingen veroordeelt, en de 101. Stellingen, uit dat Boek getrokken , gedoemt heeft. Zoo word dikmaals aan het Roomfche Hof Barrabas los gelaat en en Chriftus veroordeeld, gelyk een Heilig Man, (Petrus van Kantelberg) honderde jaaren geleeden zeide. Epift. 20. Lib. V~ Edit. Lupi.

Wy verwonderen ons'dan niet, dat de Jefuiten onder dezen Alexander VII. verder kwamen met hunnen boozen toeleg, dan zy onder zynen voorzaat gekomen waren. Indien zy niet verder gekomen waren, hadden de twiften wegens de Stellingen 'aan Janfenius toegefchreven, ten einde geweeft , vermits elk een die Stellingen doemde, om haare openbaar en kwaaden zin. Het was dan van Alexander VII. dat de Jefuiten het berugte Formulier bekwamen, daar zy lang op gedoelt hadden, en door het welk zy die_troebels, twiften, onè'enigheden en fchéuringen in de H. Kerke verwekt hebben, daar zyne . C 5 Hei-

Sluiten