Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 45 )

zyne {batige voorgevens en redeneeringen fteekt, alhoewel de Geleerde, en zelfs verftandige Menfchen, al hebben zy geen geleerdheid , wel anders zien ; zoo willen wy den Hr. J. C. dat genoegen nog wel geven, alhoewel het laftig is, zyne voorgevens en redeneringen te vertonen, en 'er onze bedenkingen over mede te deelen. Het fpyt my dat ik genoodzaakt word om veele, op zyn zagtjes gefproken, verkeerde redeneringen van dien Hr. ten toon te flellen: maar daar toe heeft hy ons gepraamt, door zyn Gefchrift, daar hy niets meer mede winnen zal, dan dat onze Vertoogen daar meer en meer door zullen beveiligd worden. Laaten wy dan zien wat hy inbrengt om het Formlier te regtmatigen.

Hy begint met zyn Apellantje, daar wy in onze Inleidinge van gefproken hebben, te pryzen, en zig zelf een minnaar der vreede te verklaaren, daar zyn Schrift zoo weinig naar gelykt. Dan doet hy het Apellantje vraagen: hoe de ondertekeninge van het Formulier van Alexander VII., en de aanneeminge van de Bulle Unigenitus overeen kan komen met de veiligheid van een Chrijielyk geweten ? 't Mannetje beloovende, dat als hy hetzelfde zulks aan kan toonen, dat hy, en zyne vrienden, aanftonds zig aan den Apollolifchen Stoel zullen onderwerpen.

Hy kan nu uit ons eerfte Hoofdftuk zien, als hy wilt, hoe het met een Chrijielyk gemoed kan overè'nkomen, den Eed van het Formulier te doen: namelyk, volgens de grondregel van den FIr. Bossuet, met bedriegelyk of vermetel te zweeren.

Mot

Sluiten