Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 64 )

gronde toe_ overhoop leid. 40. Dat de Eed van het Formulier, beha!ven dat dezelfde bedriegelyk of vermetel is, gelyk wy in ons eerfte Hoofdftuk betoond hebben, dan ten eenemaal onnut is, als ook het geheele Formulier, dewyl Myn Hr. zelf belyd en betuigd, en 'e op aandringd, dat men het Formulier van de ver dagten, en van de ver dagten alleen afëifcht. Bladz. 229. De verdagtheid kan, in die onderftellingen, geen plaats hebben. 5», Dat MynHr. en de zynen dan geduurig trouwloos te werk gaan, met in zoo een gefchil geduurig van Ketterye te rammelen, en ons by Ketters te vergelyken. 6°. En eindelyk befluiten wy 'er uit, dat Myn Hr. en de zynen dan openbaare Scheurmaakers zyn, door dien zy zig zeiven, om zoo een ellendig gefchil , van ons hebben afgefcheiden, en Kerkfcheuringe gemaakt hebben. Zie daar, Myn Hr., het gene wy 'er geregtelyk en regtmatiglyk uit befluiten. Kan men die befluiten lochenen? Toont Myn Hr. niet wonderlyk de regtmatigheid van het Formulier!

IV. Al het gene hy verders bladz. 10, ir 12, 13, 14, .15- en 16. bybrengt, bewyft de regtmatigheid van het Formulier niet beter, en doet niets tegen ons. Wy houden, zoo wel als hy , dat men verpligt is een Vonnis van eenen wettigen Regter te ondertekenen, als de Regter zulks nuttig oordeeld, als het vonnis wettig is, en als het nuttig is dat het ondertekend worde. Maar daar uit te willen befluiten , dat het Formulier regtmatig is, en deszelfs Eed geoorloofd, is te gelyk om 'er van te fpreken. Wy ftemmen het principium toe, maar niet de applicatie op het

For-

Sluiten