Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 72 )

fpraken? Neen, durven wy zeggen. Neen dat vreesden zy niet. En het was de doeminge van den natuurlyken zin niet, dien zy tegenspraken, vermits zy, gelyk elk een, die Stellingen in haren eigen en natuurlyken zin doemden , gelyk wy meermaalen bemerkt hebben.

Nog al vraagen: Was het niet de eige en natuurïyke Zin, dien de Paus gedoemd heeft? Dat zoude Myn Hr. moeielyk vallen te bewyzen, dewyl hy leerd. dat het de zin van Calvin met is of enig ander. In wat natuurlyken zm heeft dan de Paus de V. Stellingen gedoemd, indien men ze niet doemen moetin den zm van Calvin of enig ander? Nogtans men moet valt onderftellen dat de Paus den zin van Calvin gedoemd had, en daarom heeft ook ieder een zfg aan die doeminge onderworpen. En indien de Hr, J. C. durft zeggen dat de Paufen den zin van Calvin niet gedoemd hebben, dan doet hy eene grooteonëere aan die Paufen. Maar het wierd een andere queftie, of Janfenius die V. Stellingen gefchreven had, en wat dan den zin van Janfenius wa>, en of men met eenen dierbaren Eed mogt bezweren, i". dat die Stellingen uit het Boek van Janfenius, het welk hy tegen de Jefuitfche dwaalingen gefchreven had , getrokken waren: en 20. of men ze kon afzweeren juift in den zin van Janfenius, het welk heel andere zaaken waren.

Hy vraagt voort: En is het niet altyd in $en eigen en natuurlyken zin dat men Stellingen doemd of goedkeurd? Jaa, zoo moet het altyd zyn, en wy onderflèilen en gelooven dat de Paus die Stellingen in haren eigen en.

na-

Sluiten