Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 74 )

dan zelfs als hy bezig is, om de gewaande verdagtheid van anderen te bewyzen ?

Maar zy dagten, zegt hy, dat de eige en natuurïyke zin de Leere der daadwerkende genade behelsde, zo als zy van Auguftinus en Thomas geleerd word. Al wederom mis en bedrog. Dat dagten zy niet: maar zy dagtcn dat die Stellingen naar die Leering wel kunnen gedraaid worden, gelyk Myn Hr. bladz. 19. zelve zegt dat het kan gedaan worden: en zy vreesden, en niet zonder reden, dat de Jefuiten 't op die Leere van de H. H. Auguftinus en Thomas gemunt hadden.

Ook is het Schrift in drie Colomnen geen dekmantel om de doeminge der V. Stellingen voor te komen, maar wel, op dat de Paus den zin zoude verklaaren, en uitdrukken, in welken zin hy die Stellingen wilde doemen, Maar als zy nu al die doeming hadden willen voorkomen, van Stellingen, die de Jefuiten zelfs gefmeed hadden, die in geen Roek ter wereld ge vonden wierden,, en welke de vborftanders van Janfenius niet leerden, was dat een misdaad? Is het niet eer een misdaad, dat de Jefuiten de doeminge van Molina voorkomen hebben, waar door het wezentlyke Moliniftendom ontftaan is, en ook alle de troebels en verdeeldheden in de H. Kerke, welke Clemens XIV. in zyne Bulle van deuitroeyinge der Sociëteit vertoond? Was het niet veel eer een misdaad van Paulus V. die kwaade Leere niet gedoemd te hebben, daar alle de elenden, welke de H. Kerk zedert bezuurd heeft, uit zyn voortgekomen?

Tot hier toe heeft de Hr. J. C. niets bewezen

Sluiten