Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 95 )

zeggen, door eene leugen-vraage te verfchoonen; want, zegt hy, zyn zy het niet, die voor de doeminge altyd beweerd hebben dat de Stellingen in Janfenius waren, en dat zy eenen Catholyken zin hadden? Hy, met een tweederleye gewigt weegende, mengt veeltyds de leugen onder de waarheid. Het is onwaar dat zy voor de doeming beweerd hebben, dat de Stellingen in Janfenius waren. Dat hebben de Jefuiten beweerd, om dat zy ze aan Janfenius wilden toefchryven, en ten dien einde hebben zy ze uitgedagt; en het is waar, dat zy (de Verdedigers van Janfenius) beweerd hebben dat de Stellingen dubbelzinnig zynde, in eenen Catholyken zin kunnen gedraaid worden , zoo als Myn Hr. zelf belyd dat gefchieden kan. Moesten deze Verdedigers van Janfenius daarom verdagt zyn ? dan moet Myn Hr. zelf het ook wezen.

Het

„ de V. Stellingen af zweeren in alle de valfche , verarger„ lyke en Ketterfche zinnen, in welke de H. Stoel die V. ,, Stellingen gedoemt heeft. "

Dit gefchrift, uit het welk wy maar deze woorden vertonen , wierd in de Congregatie tegen de Canonizatie van dezen Cardinaal ingebragt, als genoeg zynde om van die Canonizatie af te zien, dewyl deze Cardinaal daar door de Janfeniften begunftigt had, en zig zelve zeer verdagt had gemaakt van ook Janfenift te zyn, De Congregatie (Rituum) den Paus Benediftus XIV. tot voorzitter hebbende, befloot den 28 September 1755 „ dat 'er niets „ was in dat gefchrift dat eenig beletzel kon te wege „ brengen om voort te gaan met de Beatificatie en Ca„ nonizatie van deezen Dienaar Gods: en de Paus gaf „ daarenboven bevel, dat de Promotor, of iemand wie ,, het mogt weezen, zig moeft onthouden van uit dat ge,, fchrift eenige verhindering in te brengen in de beg'onne „ zaak der Canonizatie."

Sluiten