Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( ioi )

Calvin was; en die verfpreiden zy niet, dewyl zy de V. Stellingen doemden in den zin van Calvin. Zy moeften den natuurlyken zin dan eerft van Myn Hr. leeren, daar het vergif in was: konden zy dan niet gemakkelyk dat vergif, het welk hen onbekend was, onder de gelovigen verfpreiden?

Wat vergif konden zy tog verfpreiden? Het was immers de Kettery van Calvin niet, volgens de Hr. J. C., want het is in den zin van Calvin niet dat men de V". Stellingen moet doemen : het is, gaat onze verftandige bol voort, ook in geen ander zin, dat zy moeten gedoemd worden: waar is dan, vraage ik nogmaals, het vergif der V. Stellingen? Audite& flupete, luiftert, en ftaat hier verbaaft! het is, antwoord Hr. J. C. ftaatelyk, de zin van Janfenius: wat een groote ligt verfpreiden aanftonds die woorden: de zin van Janfenius, byzonderlyk als men laat voor af gaan, dat de V. Stellingen niet moeten gedoemd worden in den zin van Calvin of enig ander 1 Waar moeten wy zoo eenen redeneerder naar toe zenden? De Jefuiten en Jefuitsgezinden hebben o-emakkelyk, onder fchyn van het zogenaamde Jahfenifte fpook te vervolgen , hunne dwaalingen over de geheele wereld kunnen verfpreiden, jaa niet alleen hebben zy kunnen doen, maar hebben ze inderdaad verfpreid; en wy fommeeren Myn Hr- om te bewyzen, dat de vrienden van Janfenius een eenige dwaalinge tegen hetGeloove, of zeden, onder de Geioovigen verfpreid hebben, Had hy dat kunnen doen, hy zoude tot de gewaande verdagtheid zynen' toevlugt niet genomen hebben, want [het zoude belachelyk zyn, iemand van G 3 w-

Sluiten