Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 134 )

BEMERKINGEN

Over den tweeden Brief van den Hr. J. C. over het Formulier van Alexander VII.

L ^\SU wy de Sevvaande verdagtheid, daar X X de Hr. J. C. van het begin af tot het einde toe, mede fpeeld, overhoop geworpen hebben , en betoont hebben dat de Jefuiten en Jefuitsgezinden meer dan verdagt zyn van dwaalleere, zoo mogen wy het wegens zynen tweeden en volgende Brieven over het Formulier kort maaken, dewyl ons Schrift anders veel te groot zou worden, over ftoffen, die honderde maaien verhandeld zyn.

Hy doet zyn Apellantje vraagen, bladz. 37. wat hy tog zegge van het gevoelen van eenige Ge,eerden dezer laatfte eeuwen, dat 'de H. Kerke onfeilbaar is in het vonnijfen ook over byzondere daden, die uit de H. Schriften en Apoftolyke overleveringen niet blykcn, wanneer die daden zo nauw verknogt zyn aan de leeringen, dat zy van elkander niet gefcheulen kunnen worden , zo als het in de zaak van Janfenius is gelegen. Het gene hier gezegd wordt: wanneer die daden enz. en, zo als het in de zaak van Janfenius is gelegen, is 'er te veel en onnut; 't is, zoo als men het tegen den Hr. de Marca betoond heeft, wegens zyn pertinet ad fidem Dog matis, een paradoxe, dat onmogelyk kan beweerd worden. Ook zegt hy zelf op de volgende bladz. dat hy ook niet zien kan, dat het

in

Sluiten